verhalen

Hoodstuk 1 uit Bevlogen liefde

Haar handen trilden terwijl ze voorzichtig de doorschijnende panty aantrok. Het nylon streelde haar huid en spande strak om haar benen, het was een vast ritueel geworden dat nog altijd voelde als een transformatie. Roos had hiernaar uitgekeken, ernaar toe gewerkt en nu het zover was borrelde haar onderbuik van spanning. Ze kleedde zich om voor de spiegel en nam de tijd om in haar rol te komen. Ze knoopte met moeite de kleine knopen van haar lichtblauwe blouse dicht en trok de kokerrok aan. Haar net gestoomde colbert hing klaar. Ze vond het nog altijd een lomp ding dat haar uniform en figuur geen goed deed. Het jasje was weliswaar getailleerd, maar zelfs de kleinste maat was voor haar te wijd. Alsof ze een meisje was dat de kleding van haar moeder droeg. Roos compenseerde die uitstraling met een extra laag make-up en knoopte haar golvende blonde haren in een strakke lage knot, ze leek er strenger door.  Zorgvuldig bond ze het afgrijselijke sjaaltje om haar nek zodat het logo van haar werkgever zichtbaar werd. Toen ze in haar zwartleren pumps stapte was de verandering compleet, de hoogte van haar hakken zorgde er automatisch voor dat haar houding veranderde.  

De studente was verdwenen en voor de spiegel stond een volwassen vrouw. 

Roos telde haar ondergoed. Dwangmatig controleerde ze haar jurken op gepastheid voor de Arabische cultuur en ze propte voor de zekerheid nog een satijnen sjaal in haar koffer. Die kwam misschien goed van pas als hoofddoek. Op het moment dat ze haar koffer dicht deed lichte het scherm van haar telefoon op. De taxi stond klaar. Normaal gesproken ging Roos met de trein en dan moest ze eerst op de fiets naar het station. Dat was op de paar korte vluchten die ze had gehad prima, maar omdat ze met de onhandig grote koffer op pad moest besloot ze zichzelf een taxi te gunnen. Roos trok de deur van haar kamer zachtjes dicht, opgelucht dat haar huisgenoten nog niet wakker waren. Dat waren tweedejaars studenten en ze keken haar altijd wat glazig aan als ze haar uniform aan had. Het was alsof ze daar niet meer hoorde, misschien hadden ze gelijk en was ze het studentenleven ontgroeid.  

Ritmisch tikten haar hakken op de plavuizen van de aankomsthal. De toestroom aan reizigers kwam langzaam op gang. 

Er dwaalden wereldreizigers met rugzakken en er liepen zakenmensen met aktetassen geërgerd te zoeken naar de gate. 

Piloten kwamen aan en vertrokken gehaast en het schoonmaakpersoneel wisselde van dienst. Roos hield van deze wereldse levendigheid, ze had het idee dat ze in een soort doorgeefluik liep waar het een komen en gaan was aan mensen uit allerlei culturen, ongeacht rang of stand. Ooit was de luchtvaart alleen beschikbaar voor de elite, de rijken die veel geld konden betalen om de wereld te zien, maar met de komst van de prijsconcurerende luchtvaartmaatschappijen was de wereld voor iedereen toegankelijk geworden.

Deze baan was tijdelijk, maar het voelde niet als een bijbaan. Ze nam haar werk heel serieus, en dat gaf haar een trots gevoel. Roos had haar eigen weg gekozen en was bewust tegen de wil van haar moeder in gegaan. Haar moeder, Petra, kort voor Petronella, wilde dat ze haar studie psychologie afmaakte en daarna ging werken bij een vooruitstrevende praktijk. 

Petra wilde dat Roos een beter leven zou krijgen dan zij had gehad. In een poging Roos te overtuigen riep ze zelfs dat dit niet de weg was die haar vader voor haar had gewild. 

Dat sterkte Roos alleen maar meer in haar besluit. Haar vader had geen zeggenschap meer over haar.  

Elke vezel in haar lichaam schreeuwde om afstand van alles wat vorig jaar zo verstoord was geraakt in haar leven. 

Het gaf haar een kick dat ze nu deel uitmaakte van iets wezenlijks en als bonus kon ze steden bezoeken en genoeg sparen om het laatste studiejaar dat haar nog restte te bekostigen.  Als kind was ze niet verder gekomen dan de tuinen van Amsterdam en als studente had ze geen geld om te reizen.

Het enige dat ze van de wereld wist was gebaseerd op de verhalen die haar vader haar vertelde toen ze nog maar een klein meisje was en hun huis nog een thuis was. Roos hing aan zijn lippen, als hij vertelde. In haar hoofd ontstonden beelden van hoe de wereld er, buiten hun appartement in Amsterdam, moest uitzien.

Ze fantaseerde over de groentinten in de Amazone en de goudgele en de oranjekleuren van woestijnen en rotsen in Australië. 

Ooit waren de verhalen van haar vader een verrijking in haar leven. Nu was ze een jonge vrouw en geloofde ze niet meer in sprookjes en de leugens die daarin verborgen lagen.

Dit was de waarheid, op haar drieëntwintigste ging ze voor het eerst naar een ander continent. 

Het vliegtuig maakte vaart om op te stijgen en de adrenaline raasde door haar bloed. Ze wilde zich bewijzen tijdens haar eerste lange vlucht, indruk maken op collega’s en zorgen voor de passagiers. Haar maag draaide echter om bij het idee dat ze met compleet vreemden in een hotel zou slapen. Werken en samen eten met een groep mensen die ze niet kende riep zoveel onzekerheden in haar op dat het haar onrustig maakte. Ze zat op haar bemanningsstoel naast Anna, een meer ervaren collega.

‘Eerste keer?’ vroeg ze. Het was Roos duidelijk niet gelukt haar zenuwen te verbergen.

‘Ja, ik heb wel gevlogen op Europese vluchten, maar dit is mijn eerste intercontinentale vlucht.

‘Het komt vast goed, het voordeel is dat we veel meer de tijd hebben om de passagiers te bedienen dan op de kortere vluchten. We kunnen zelfs rusten tussendoor. Als je vragen hebt kom je maar bij mij. De purser is aardig hoor, maar ze houdt ons erg in de gaten en maakt overal notities van.’

‘Dank je Anna.’

Roos begreep wat Anna bedoelde, de purser was eerder beleefd dan vriendelijk. 

Ze had gitzwart haar en een bril met zwart montuur. Ze deed haar denken aan haar lerares Nederlands op de middelbare school. 

Anna had gelijk, alles verliep veel rustiger dan op kortere vluchten. Roos had het spannend gevonden veel langer op een vlucht te zijn, maar ze ging zo op in haar werk dat de tijd voorbijvloog. De piloot zette de daling in en Anna ruilde met haar van plek zodat Roos door het kleine raampje naar buiten kon kijken. De kunstmatige bladeren van de palmeilanden waar haar vader haar over had verteld kwamen dichterbij. Dubai was een stad gemaakt door rijke oliesjeiks. Met als doel rijke toeristen aan te trekken die dan weer investeerden in luxe tweede woningen, zo vertelde haar vader. 

Roos vond dat de palmen er vanaf de lucht al indrukwekkend uitzagen en ze was benieuwd naar wat Dubai haar nog meer te bieden had. 

‘Zin in?’ vroeg Anna.

‘Enorm,’ zei Roos, en een bijna kinderlijke glimlach verscheen op haar gezicht terwijl ze keek hoe het land dichterbij kwam. 

‘Het is mijn vierde keer in Dubai. Zal ik je na het eten rondleiden? We eten op de dag van aankomst altijd met de volledige crew en daarna gaat ieder zijn of haar eigen weg. Ik kan je het bruisende centrum laten zien en ik weet ook nog een leuke club aan het strand waar waanzinnige cocktails worden geserveerd.’

 ‘Dat is aardig van je, graag. Bedankt.’

Het hotel lag in het centrum van Dubai en overal waar Roos keek zag ze enorm hoge gebouwen. Het hotel van gelig steen waar zij en haar collega’s werden afgezet had verschillende lagen en veel ramen. 

De verdiepingen leken eindeloos door te gaan en dit was lang niet het grootste of het meest luxehotel in Dubai. Haar collega’s liepen routinematig door de glazen deuren naar binnen, maar Roos kwam ogen te kort. 

Ze bewonderde het marmer op de vloer, de kristallen kroonluchters en de verse witte lelies in de lobby. 

Een kleine vrouw met donkere ogen stond achter de receptie, haar uniform was zwart en ze droeg een hoofddoek. Nederig begroette ze de bemanningsleden. De sleutels van de kamers lagen klaar en de tafel in het restaurant was al gereserveerd. Er was een stomerij service voor de uniformen en een hoteltaxi waar ze gebruik van mochten maken. 

Een aantrekkelijke jonge man in een wit uniform en een zwart hoedje nam hun koffers over en zette ze op een zilveren kar. 

Roos wilde protesteren, ze was zelf prima in staat voor haar koffer te zorgen, maar kennelijk was dit gebruikelijk en liet ze het gaan. Anna gaf haar een knipoog. 

‘Het went wel,’ zei ze bemoedigend. 

Roos opende de deur van haar kamer en even dacht ze dat ze droomde. Ze had nog nooit op zo’n luxe kamer geslapen, het was nog mooier dan ze zich had ingebeeld. De orde en de frisse geur alleen al waren een verademing ten opzichte van haar wat rommelige studentenkamer waar altijd een muffe geur hing.

Het grote bed was strak opgemaakt met witte lakens, en sierkussens in bruine en gouden tinten die perfect paste bij de kleuren van het behang. 

De donkerrode vloerbedekking zorgde voor een warme, bijna huiselijke sfeer. Roos schopte haar pumps uit. Haar enkels waren opgezet door het vele lopen en staan tijdens de lange vlucht. De wollige ondergrond was een verademing voor haar pijnlijke voeten. Ze liep naar de mahoniehouten secretaire waar een fles water voor haar klaar stond. Ze schonk zichzelf een glas in en nam een paar grote slokken en keek nog eens rond. 

Het grote bed lonkte, de strak gestreken lakens vroegen erom verkreukeld te worden en Roos liet haar vermoeide lichaam voorovervallen. Langzaam begon het tot haar door te dringen dat dit nu haar leven was. Ze lachte om de onwerkelijkheid van alles. Amsterdam voelde ineens heel ver weg en deze vlucht was wat ze nodig had om los te komen van de herinneringen. De eerste stap was gezet en voor het eerst sinds haar vader vorig jaar was overleden lukte het haar zich te ontspannen. 

Nieuwsgierig geworden? Bestel Bevlogen Liefde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s